De meest voorkomende rekenfout bij hondenmanden: op ras schatten in plaats van meten.
Zo meet je goed
Je hond moet tijdens het meten liggen en zich kunnen uitstrekken, niet zitten. Meet van de neuspunt tot de staartaanzet. Tel er 15 tot 20 cm bij op: honden liggen zelden perfect recht, en wat extra ruimte voorkomt dat pootjes of kop over de rand hangen.
| Lengte van je hond (neuspunt tot staartaanzet, liggend) | Minimale lengte van de mand (+15 tot 20 cm) |
|---|---|
| 40 cm | 55 tot 60 cm |
| 60 cm | 75 tot 80 cm |
| 80 cm | 95 tot 100 cm |
| 100 cm | 115 tot 120 cm |
Waarom "een maatje groter" niet automatisch beter is
Veel honden zoeken tijdens het slapen actief de wand of de rand van een mand om tegenaan te leunen: een duidelijk te grote mand neemt dat gevoel van geborgenheid weg. Blijf liever net boven de minimale maat dan royaal naar boven af te ronden.
Bij twee honden
Twee honden die het goed met elkaar kunnen vinden, delen vaak een mand. Dan reken je de breedte van beide honden naast elkaar plus extra ruimte, niet gewoon het dubbele oppervlak van een mand voor één hond.
Passende maten vind je in onze hondenmandengids of direct in de collectie Slapen & Knuffelen.